Doelen

Zelfstandig rijden van A naar B aan de hand van de volgende criteria.

Sociaal rijgedrag:
Je rijgedrag is zo, dat je de fouten van anderen wil opvangen, rekening houdt met zwakkere verkeersdeelnemers en het overige verkeer helpt op een wijze die de doorstroming bevorderd.

Defensief rijgedrag:
Je rijgedrag is zo, dat je de fouten van anderen kunt opvangen.

Besluitvaardig rijgedrag:
Je rijgedrag is zo, dat het voor het overige verkeer direct duidelijk is wat je plan is.

Milieubewust rijgedrag:
Je rijgedrag is zo, dat je met minimaal brandstof verbruik van A naar B komt zonder onnodig de verkeersdoorstroming te belemmeren.


Benodigde vaardigheden
Op tijd onderkennen van de situatie:
Ver vooruit kijken om de verandering waar te nemen.

Opbouw verkeersbeeld:
Weet waar het verkeer zich om je heen bevind en voorspel hun gedag.

Correct uitvoeren van de observatie:
Neem op een dusdanige wijze waar, dat je al het niet zichtbare verkeer zichtbaar hebt gemaakt.

Plaats op de weg en rijbaan:
De juiste plaats op de weg en/of rijbaan is zeer belangrijk, dus rechts bij kruispunten en zijstraten en op de juiste voorsorteerstrook.

Samenwerken met het overig verkeer:
Wanneer er onvoldoende ruimte is voor al het verkeer kun je d.m.v. seinen aangeven wie er eerst mag. Om dit goed te kunnen doen moet je van te voren al weten waar de ruimte is om elkaar te passeren.

Doorstroming:
Als er een kans is om te gaan, ga dan ook.
Is het heel druk en wil er iemand invoegen of afslaan dan kan het handig zijn om deze er tussen te laten d.m.v. gas los of zachtjes remmen.

Voertuigbeheersing:
Schakel op het juiste moment met een passend toerental naar de juiste versnelling.
Wees klaar met je handelingen voordat je bij de verkeersopgave bent.

Voorrang regelen:
Voor het overige verkeer moet het duidelijk zijn dat je weet hoe de voorrang is geregeld. Moet jij voorrang verlenen dan moet je op normale wijze tot stilstand komen. Haaientanden kan je meestal rollend oplossen, stop streep is stoppen.

Omschrijving volgens het CBR

1. Je beheersing van de auto

2. Kijkgedrag

3. Of je goed voorrang verleent

4. Inhalen

5. In- en uitvoegen

6. Rijden op kruispunten en rotondes

7. Bijzondere verrichtingen